Luizenpluizen

Ik moet eerlijk zeggen dat ik het, sinds mijn kinderen op school zitten, een lastig iets vind als er wordt gevraagd of ik kan helpen op de school. En dat gebeurt nogal eens want overal is hulp bij nodig.

Niet dat ik er te beroerd voor ben. Ik help in het algemeen nl. graag en maak mijn motto van “elke dag een goeie daad” graag in de praktijk waar.

Toch heb ik er veel moeite mee omdat ik het lastig vind om helpen op school te combineren met de dagelijkse taken zoals mijn werk en het huishouden doen. Daarnaast vind ik het ook een heel overprikkelende taak. Ik heb thuis mijn handen al vol aan die 2 belhamels en om dan vrijwillig te kiezen voor het begeleiden van 28 van die kinderen die allemaal aandacht willen en die zo hun eigen gebruiksaanwijzing hebben, dat is niet zo aan mij besteed.

Toch blijf ik het proberen, gewoon omdat het ook heel erg leuk kan zijn om iets op school te doen. En omdat ik vind dat ik mijn steentje moet bijdragen, zodat scholen mede daardoor leuke dingen kunnen blijven doen. 

Daarnaast wil ik ook nog eens extra helpen omdat ik zo dankbaar ben voor het feit dat de basisschool van Jongste ook extra stappen zet voor mijn zoon. Door een beetje mee te helpen kan ik dat ook laten blijken.

Toen Oudste naar de basisschool ging was ik nog heel erg druk met mijn werk. Vaak moest ik ook nog eens overwerken en was ik op de enige dag dat ik vrij was, nadat ik iets aan het huishouden had gedaan, kapot.  Als er gevraagd werd om te helpen op school voelde ik het angstzweet al omdat ik gewoonweg niet wist hoe ik dat allemaal moest bolwerken en combineren.

Ik probeerde het wel, op mijn manier, omdat ik het moest van mezelf maar genieten van het moment was er niet bij. Mijn perfectionisme zat me op vele vlakken in de weg en dus ook op dit vlak. Ik moest en zou het goed doen als moeder;  zowel thuis als op school.

Ik ben bij Oudste wel 2 jaar assistent klassenouder geweest, ik hielp af en toe als er een kamp was en ook was ik lid van de GMR. Ik kreeg echter het gevoel dat het nog niet genoeg was omdat ik dacht dat andere ouders veel meer deden. En omdat de buitenwereld voor mij toen nog heel belangrijk was vond ik van mezelf dat ik dat ook moest doen; meer,  meer, meer was mijn motto!

Totdat ik dus ziek thuis kwam te zitten.

Van ellende kon ik niet meer naar mijn werk dus laat staan dat ik iets op school kon betekenen. Vanaf het moment dat ik thuis zat, zat ik dan ook volledig thuis. Het halen en brengen van de kinderen van en naar school was al bijna een te grote opgave, laat staan dat ik er nog iets bij deed.

Naarmate mijn herstel vorderde ging ik langzamerhand weer iets meer doen voor school. Helaas voelde ik, ondanks dat mijn werkuren waren verminderd,  toch niet heel veel ruimte om mijn tijd aan school te besteden. En kwam ik er,  door veel zelfreflectie op wat ik had gedaan en wilde doen,  achter dat ik gewoon het type er niet naar ben om op afroep mee te gaan naar de speeltuin of om te helpen bij een speciale “doedag”. 

Ik kwam er ook achter dat taken die regelmatig terugkomen en goed inplanbaar zijn, beter bij mij passen. En daar ging ik dan ook mee aan de slag. Zo zing ik nu al jaren met kerstmis in het “ouder kerstkoortje” waarmee we tijdens het kerstdiner de klassen langsgaan en zit ik sinds kort in de OPR, dat is een raad die zich bezighoudt met het Passend Onderwijs.

Toch begon het aan het begin van dit schooljaar weer te kriebelen om iets tastbaars in de klas van Jongste te willen gaan doen. Ik wilde dat omdat ik het zo leuk vind om te zien hoe Jongste functioneert in zijn klas en hoe zijn klasgenoten met hem omgaan.

Toen ik dus aan het begin van het schooljaar een oproep zag voor een wel heel bijzondere rol, nl. de rol van luizenpluizer of luizenmoeder, ging ik daar eens goed over nadenken.  Het leek me nl. naast dat het nuttig was, iets heel overzichtelijks. Je moet namelijk luizenpluizen na elke vakantie, samen met een andere maar steeds dezelfde ouder, en je focust je op eventuele luizen en neten op de koppies van de kinderen uit de klas van je kind. Hoe voorspelbaar wil je het hebben?

Hoewel ik het ook een raar klusje vond ging ik gelijk te rade bij mijn overbuurvrouw die de taak van luizenpluiscoördinator jarenlang met veel plezier had vervuld.  Ik hoorde van haar wat haar had gedreven en aangestoken door haar enthousiaste verhalen besloot ik me aan te melden.

En wat blijkt nu: het is zo’n leuk klusje dat ik gewild had dat ik dit eerder had gedaan. Hoewel het me altijd de meest vieze oudertaak op school leek, is deze taak voor mij nu heel vervullend. En dat komt omdat de kinderen op het moment dat het luizenpluizen start,  allemaal heel Zen lijken te worden en ze zich overgeven aan mijn gekam en gepluis. Ik maak vaak een kort praatje met ieder kind dat gepluisd wordt en er zijn zelfs kinderen bij die er van genieten en vragen om nog een keer gepluisd te mogen worden. En hoewel het hard doorwerken is word ik er zelf ook heel rustig van. Ik leer de kinderen veel beter kennen en zie hoe fijn ze met mijn zoon omgaan. De kinderen die nog een keer vragen om gepluisd te mogen worden groeten me als ik over het schoolplein loop met een tevreden lach, zichtbaar verlangend naar het moment dat ik weer met de kam in de aanslag hun haartjes ga uitpluizen. Dus los van het feit dat het nuttig is omdat je natuurlijk geen hoofdluis in de klas wilt hebben is het ook nog iets dat heel verbindend is.

Na deze carnavalsvakantie kan ik helaas een keer niet luizenpluizen. Ik heb de dag dat er gepluisd moet worden verplichtingen elders en de andere luizenmoeder moet het daarom in haar eentje doen. En ik had het nooit gedacht van mezelf maar ik baal ervan dat ik het moet missen.

Gelukkig komen er, zolang er luizen te pluizen zijn, steeds weer nieuwe kansen op verbinding! En ik, ik krijg daar dan in positieve zin, de kriebels van!