‘Stillllllllll’

Als iemand in het gezin vroeger zong, raakte ik gelijk geïrriteerd. Ik kom uit een gezin van vijf (heb een oudere broer en een jonger zusje). Als meerdere mensen zongen was dat helemaal niet te doen voor mij. Ik riep dan om stilte, maar daar werd geen gehoor aan gegeven. Zingen was immers positief en gezellig. Dat moest toch kunnen?

Het was natuurlijk ook niet oké geweest als iemand op zijn tenen had moeten lopen voor mij. Het probleem was dat ik toen nog niet wist dat ik gevoelige zintuigen had waardoor ik snel overprikkeld kon raken. Als je iets niet begrijpt, kun je er vaak ook niet goed mee omgaan. Ik werd boos op de bron van geluid. Of ik vluchtte naar mijn kamer, maar soms kon ik niet weg. Bijvoorbeeld als we in de auto zaten.

Los van het gezang, waren er genoeg andere geluiden in huis. Geklets, de tv, afwasgeluiden en ga zo maar door. Verder was ik enorm gevoelig voor bewegingen die anderen maakte. Als iemand aan zijn haar zat te frunniken of met zijn voet wiebelde, werd ik boos. Ik kon het niet niet zien, waardoor ik mijn focus voor mijn eigen activiteit verloor.

Arm kind, denk ik nu. Ik had gewoon erkenning nodig van mijn gevoeligheid en emoties. Ik had woorden nodig voor wat er in me omging, zodat het niet zo’n grote warboel was. Nu sloeg mijn irritatie namelijk over op het gezin; niet bevorderlijk voor de sfeer kan ik je vertellen. Dat vond ik niet leuk, maar ik had nog niet de vaardigheden om aan te geven dat ik ergens moeite mee had, vanuit de ‘ik-vorm’ (in plaats van een wijzend vingertje).

Met de wijsheid van nu, zou ik tegen mijn jongere versie willen zeggen: ‘Wat vervelend dat je last hebt van het geluid. Je hebt ook zulke gevoelige oren. Daar kan je niks aan doen. Misschien is het goed om even de stilte op te zoeken in je slaapkamer. Als je weer rustig bent, kom je dan naar beneden om thee te drinken?’ Een andere optie was geweest dat mijn moeder aanbood om te stoppen met zingen terwijl we de afwas deden. De omgeving mag namelijk ook rekening houden met iemand met een bepaalde gevoeligheid. Het is geven en nemen, afstemmen op elkaar.

Maar goed, toen had ik geen autismediagnose. Mijn moeder wist ook niet beter. Het was zoals het was, maar gelukkig heb ik nu mijn eigen woonruimte. Ik bepaal wanneer er muziek op staat en wanneer niet. Ik mag wiebelen met mijn voeten als ik dat wil. Ik zing soms zelfs. Dat durfde ik vroeger niet omdat ik dacht dat niet te kunnen maken als anderen niet mochten zingen van mij. Gelukkig is die rem er inmiddels af. Hoewel mijn chihuahua het nu moet ontgelden. Sorry Josje.