Achter de muur
Mijn wekker gaat, ik zucht en druk hem weg. Ik wil nog heel even blijven liggen. Ik voel me nog niet klaar voor deze dag. Na 5 minuten gaat de wekker weer. Ik staar naar de tijd en vraag me af hoe ik deze dag moet doorkomen. Het is 6.05 uur, buiten is het nog donker en toch moet ik opstaan. Ik zucht nog eens en sta toch maar op. Beneden ligt de hond nog languit in haar mand, kijkt met een half oog naar me op. Ik grinnik in mijzelf, de hond zal wel denken, wat doet ze nou weer zo vroeg op?
Het is mijn ritme geworden, vroeg opstaan, de tijd nemen om wakker te worden en vooral nog even een half uurtje te wandelen. Zo vroeg in de morgen is het heerlijk om buiten te zijn. Er is ook nog niemand buiten en dat is precies mijn bedoeling. De natuur zien en horen ontwaken, het fijnste moment van de dag. Na mijn ochtendwandeling heb ik voldoende energie om mijn werkdag te beginnen.
Het is druk. Ik heb het druk. Extra taken bij mijn werk, nieuwe taken vooral ook en daar moet ik toch aan wennen. Het drukt op me, als een zware deken. Soms drukt het me neer en voel ik de last aan verantwoordelijkheden op mijn schouders. Toch ga ik door, ik werk hard en probeer een weg te banen door mijn werk. Soms vraag ik me af hoelang ik dit tempo volhoud. Pas merkte mijn baas op dat ik wel een muurtje om me heen had. Dat beaamde ik, maar ik kon hem niet uitleggen hoe dat kwam.
Zou het ooit normaal worden om te kunnen zeggen dat je autisme hebt? Slechts een handjevol mensen om mij heen die mij kennen weet het. Die zeggen dan ook dat ze het niet zien aan mij en dat ik er al helemaal niet autistisch uitzie. Tja, daar zit dan ook vaak ‘het probleem’. Achter die muur, daar probeert mijn systeem alles te verwerken, iets wat langzaam gaat en vaak vastloopt.
Na een dag werken, vol sociale drukte, prikkels, telefoontjes en schakelen tussen gesprekken, ben ik vaak moe. Hoe leuk ik mijn werk ook vind, het kost me ook veel energie. Thuis probeer ik manieren te vinden om weer op te laden. Mijn hond is mijn alles en ik ga er vaak mee op uit. De natuur in, langs de kustlijn lopen, de golven zien komen en gaan. De natuur verveelt nooit, ik kan er helemaal in opgaan.
Mijn ‘medicijn’ door de jaren heen is naar buiten gaan, wandelen. Hoe vol mijn hoofd soms ook is, hoeveel prikkels ik soms ook ervaar, buiten zijn in de natuur helpt mij. Het ontprikkelt mijn brein als een verkoelend briesje in de zomer. De mist in mijn hoofd trekt weg, mijn hoofd voelt lichter met elke stap die ik neem.
