Berichten
Een volle dag in mijn hoofd
Ik heb mijn laptop aangezet en loop naar het koffieautomaat. Ik ben expres wat vroeger op kantoor, zodat ik de eerste ben. Even alleen opstarten, zonder collega’s om me heen. De koffie loopt en ik doe de lamellen wat verder open, het belooft een mooie dag te worden vandaag. Met mijn koffie in de hand loop ik weer terug naar mijn bureau. In mijn hoofd stapelen zich de klussen die ik moet doen op.
Een van mijn werkzaamheden is het bijhouden van de zakelijke social media. Iets wat ik ook erg leuk vind, want ik kan daarin mijn creativiteit kwijt en mijn schrijfkunsten. Ik begin dan ook vol goede moed aan de voorbereiding van een nieuwe maand. Tussendoor belt mijn collega van de buitendienst op en schakel ik zonder moeite over op totaal iets anders. Ik pleeg een paar telefoontjes en voor ik het weet beland ik weer in totaal iets anders dan waar ik mee begon.
Mijn hoofd voelt vol en het is nog niet eens halverwege de dag. Ik ben moe, dat voel ik al sinds ik vanmorgen opstond. Vaak ben ik na een dag waarbij het hele team aanwezig is geweest, extra moe. Dat geeft een stuk meer impact dan een dag alleen of met één collega. Het voelt nu alsof er watten in mijn hoofd zitten. Die zie je alleen niet, wel de wallen onder mijn ogen.
In de koffiepauze probeer ik mezelf sociaal wenselijk op te stellen tegenover mijn collega. Ik voel dat zijn woorden totaal langs me heen gaan, maar toch hum ik wat terug wat lijkt op een antwoord. Ondertussen bedenk ik of hij zou zien hoe moe ik ben en eigenlijk geen zin heb in een kletspraatje. Ik vermoed van niet want hij begint weer een nieuw verhaal, wederom doe ik alsof ik luister en hum wat terug.
De dag vordert, ik heb al veel koffie achter de kiezen en de social media kalender voor de nieuwe maand is ook zo goed als af. Teksten geschreven, bijpassende foto’s bewerkt en nog advertenties gemaakt voor in lokale kranten. Ik ben blij dat het erop zit, maar voel ook dat ik het nog een keer met een wakker hoofd zal moeten controleren volgende week.
Het blijft een worsteling, ik zou veel liever op zo’n dag thuisblijven. Toch ga ik naar mijn werk, maar kan het niveau eigenlijk niet halen. Ik zie het niveau liggen, bij het plafond, zo voelt het, maar ik kan er niet bij. Alsof ik zelf, net als mijn wallen, steeds verder naar beneden hang. Het is iets wat ik moet accepteren, iets wat bij mij hoort. Ik ben niet mijn autisme, maar het is wel iets waar ik mee leef.