Marianne

Genieten kost energie

Ik sluit de deur achter mij en wandel door de woonwijk naar het dijkje waar ik vaak loop. Er staat een koude wind en af en toe voel ik wat regen. Het is nog vroeg en donker, maar mijn ochtendwandeling sla ik eigenlijk nooit over. Zeker vandaag niet, ik weet dat dit een pittige dag gaat worden. Ik stap nog even flink door om mijn ronde af te maken.

Mijn vriendin is bij me in de auto gestapt, ik ken haar al vanaf de middelbare school. Ze is druk en kletst graag, ik moet erom glimlachen. Na een uur rijden begint haar verhaal me wel moe te maken. Ik hum wat en probeer ondertussen me te focussen op de weg, het verkeer en de druk heen-en-weer zwiepende ruitenwissers. Nog even doorbijten spreek ik mezelf toe.

Na veel files zijn we er dan eindelijk. Een dag op bezoek bij onze vriendin en haar gezin. Een dag vol sociale prikkels – dat gaat het worden. Ik weet dat al van tevoren; ik bereid me zo goed mogelijk voor en toch weet ik dat ik er de volgende dag last van zal hebben. Vanaf het moment dat ik uit de auto stap en een klein kinderhandje voor het raam zie zwaaien, sta ik ‘aan’.

Onvermoeibaar bouw ik de grootste torens, speel ik mee met Duplo en help ik met kleuren van een kleurplaat. Ik ben er, ik wil dit en ik geef me helemaal. Het kleine ventje naast me glundert van de aandacht van ‘tante Janne’. Het feest wordt al helemaal compleet als we met z’n allen eropuit gaan.

Aan het eind van de middag is het tijd om te gaan. Datzelfde kinderhandje zwaait ons uit. Mijn hoofd voelt als een verdoofd geheel. Alsof er zware watten in mijn hoofd zitten die tegen mijn schedel drukken. Ik kan er alleen nog niet aan toegeven, ik moet eerst nog een lange rit terugrijden in het donker. Mijn vriendin kletst weer, de ruitenwissers gaan vrolijk heen en weer en de lampen van de auto’s dansen voor mijn ogen. Het was een fijne dag, maar wat doe ik mezelf toch weer aan, denk ik nu.

Een intensieve dag voor mijn autisme en toch ook vol fijne momenten. Genieten is tegelijk vermoeiend, het bestaat naast elkaar. De vermoeidheid valt op me neer, mijn hoofd is zwaar en ik sluit mijn ogen. De klanken van de muziek die ik heb aangezet vullen de ruimte en blazen zachtjes de dikke watten uit mijn hoofd.

Ik maak ruimte voor dagen als deze. Het zijn dagen waarop ik me kan voorbereiden. Ik kies er dan ook bewust voor; daardoor heb ik er minder last van. Ik kan het beter verdragen en accepteer dat ik nu moet bijkomen. Acceptatie ontstaat pas als ik het de rust geef die het nodig heeft. Zo geniet ik van vrienden en familie – na een bewuste keuze.