Marianne

Hoera, een autist in een kantoortuin!

Ik parkeer mijn auto netjes langs de straat en werp een blik op het kantoorpand. Ik zie dat het licht al brandt; mijn collega of mijn baas zal er dan al wel zijn. Ik zucht nog even, pak mijn tas en loop naar de deur. Terwijl ik mijn jas aan het eerste haakje rechts op de kapstok ophang, bedenk ik me: “Wat zal deze dag mij weer brengen?”

Met die gedachte open ik de deur naar het magazijn. Ik check of er nog pakketten zijn gekomen terwijl ik vrij was de afgelopen dagen. Ik zie dat er een aantal staan en besluit dat later te doen. Een van mijn taken is het magazijn ordelijk houden, maar ook de gehele inkoop van alle artikelen. Het fijne van deze taken is dat dit gedeelte het meest overzichtelijke en duidelijke is van mijn hele baan. Als ik in mijn andere werkzaamheden vastloop, ga ik het magazijn in. Pakketten uitpakken, alles netjes opbergen en opruimen. Het helpt om mijn hoofd wat rust te geven.

Ons kantoor zit boven, op de eerste verdieping. Het is een kantoortuin. Ik denk wel eens gekscherend: het zou een prachtige titel zijn voor een boek: “Hoera, een autist in een kantoortuin”. Ik heb een bureau vlak naast de deur; ik kan alles overzien en dat is ook wel weer het enige fijne aan dit hele kantoor. De kantine, die zit voor het gemak ook in dezelfde ruimte. Na één week werken en de hele dag in dezelfde ruimte zijn met mijn collega’s, prikkels en sociale druk, was ik er klaar mee. Ik ga nu elke pauze een luchtje scheppen buiten. In mijn eentje, al was het maar vijf minuten van mijn pauze, moet ik naar buiten. De wind door mijn haar, de zon op mijn gezicht, mijn brein kalmeert ervan, Ik heb het nodig.

Door de dag heen zijn er vaak telefoontjes. Ik heb in gezelschap een soort telefoonvrees. Ik denk te veel na, ik ga stotteren of zeg hele kromme zinnen. Ik telefoneer dan ook het liefst alleen. Een telefoontje haalt me altijd uit mijn concentratie, uit mijn werk waar ik mee bezig was. Mijn brein moet overdag veel schakelen tussen werkzaamheden, sociale contacten, prikkels, collega’s en klanten. Hoe drukker het is, hoe voller mijn hoofd; des te groter de kans op hoofdpijn.

Na een dag werken stap ik in mijn auto en zet ik altijd muziek op. Muziek laat mijn brein tot rust komen. De klanken verzachten mijn hoofd, als een wollen deken. Het stof gaat liggen, mijn hoofd bonkt minder zwaar door de tonen die ik hoor. Thuisgekomen is daar altijd weer mijn hond. Ze voelt als geen ander hoe mijn dag is geweest. Ze duwt vaak haar kop tegen mij aan en ze dwingt me ook om naar buiten te gaan. De natuur in. Mijn medicijn, mijn redding.