Marianne

Oververhit

Ik voel de zon branden op mijn huid. Oké, nog een paar handdoeken ophangen, dan kan ik naar binnen. Loom pak ik de volgende gewassen handdoek uit de wasmand en hang hem aan de waslijn. Een benauwdheid valt steeds meer op me. Toch moet ik nog maar een paar dingen ophangen. Ik voel mijn hoofd gloeien, de warmte zit overal om me heen, als een dikke, zware wollen deken. Het is zó warm, eigenlijk is het geen doen. Maar ik moet, ik moet van mezelf. Na de laatste handdoek vlucht ik naar binnen. Ik stort op de bank neer en voel dat ik totaal oververhit ben.

De warme dagen in de zomer kan ik heel slecht mee dealen. Ik kan er niet tegen, de warmte kan ik niet goed reguleren, laat staan dat ik deze extra dimensie kan verwerken. Mijn hoofd moet al zoveel verwerken door de dag heen, dan komt deze hitte er ook nog eens bij. Mijn hoofd is na een hete zomerdag zowat gefrituurd. Alsof mijn hersens krokant gebakken zijn en niet meer naar behoren werken.

Het beste is om de hele dag binnen te blijven. Mijn dag goed plannen en zo min mogelijk doen op het heetste moment van de dag. Voldoende drinken natuurlijk en een plan hebben voor wat er op het menu staat. Ik weet het allemaal wel, de uitvoering gaat alleen vaak mis. De was stapelt gewoon op, warm weer of niet. Daarmee stapelt het in mijn hoofd ook op. Een volle wasmand, een rommelige vloer, vieze vaat op het aanrecht; het komt allemaal nog meer op me af met extreme hitte.  Een hoofd dat met mijn autisme al zo hard moet werken om alles te verwerken.

Soms overvalt me dan ook ineens een totale oververhitting. Spaans benauwd. Warmte die uit al mijn poriën lijkt te komen, een hoofd die zeer doet omdat het zo warm is. Een benauwd gevoel alsof ik het niet meer koel kan krijgen. Ik moet dan echt even mezelf op een plek neerzetten waar ik even letterlijk kan afkoelen. Soms is dat gewoon midden in de kamer, op de koude tegels. Rustig in en uit ademen, net zolang tot de benauwdheid langzaam vertrekt.

De vraag “wat heb je nodig?” is eigenlijk vooral rust. In huis en ook in mijn hoofd. Of iemand die van me overneemt wat ik laat liggen of nu niet kan uitvoeren. Eten koken, een was opruimen of gewoon laten zien of weten dat ik de ruimte heb. Letterlijk en figuurlijk. Dat vergt ook de nodige energie van de ander. Gek genoeg, voelt dat dan ook weer als falen. Het niet goed kunnen doen. Afhankelijk ook.

Wat ik nodig heb, is natuurlijk persoonlijk en zal niet voor iedereen werken. Dat is ook oké, we blijven allemaal mensen met onze eigen behoeftes.